Instrumented Interconnecteds Intelligent

Building a Smarter Planet. A Smarter Planet Blog.


 
February, 26th 2015
9:56
 

Marc SteenbergenHet mag dan weinig opwindend klinken, maar let’s face it: security & compliancy zijn hele belangrijke parameters bij de sourcing- en platformkeuze van organisaties.

In het kader van cloud computing wordt dan vaak gesproken over ‘private’ versus ‘public’. En omdat de werkelijkheid veelal een mix van platformen omvat, wordt dan vaak de aanduiding ‘hybride cloud’ gebruikt. Ik ben hier geen voorstander van, omdat het de boel oversimplificeert. Al deze termen gaan voorbij aan de vele nuances, de grijstinten, die bij de platform- en sourcingkeuzes mogelijk zijn.

Keuzes tussen ‘dedicated’ en ‘shared’, kortom tussen ‘delen’ of ‘eigen’, kunnen gemaakt worden op vele niveaus in de services stack, o.a. voor datacenterfaciliteiten, architectuur, hardware, beheersoftware, middleware, applicaties, databases, delivery processen en de delivery organisatie. Zo kan een exacte kopie van een publiek cloudplatform in een datacenter van de klant, met dedicated hardware en beheersoftware, maar ingericht overeenkomstig de standaard architectuur van de leverancier en beheerd op basis van global delivery processen door een global delivery-organisatie inclusief life cycle management, zorgen voor een optimale balans tussen security- en compliancy-vereisten in combinatie met toch ook maximale schaal- en innovatievoordelen.

Dit is maar één voorbeeld van een genuanceerde mix, van 1 van de 50 mogelijke tinten grijs, in platform- en sourcingkeuzes. Geen ‘public’, geen ‘private’, maar sommige zaken fysiek en logisch delen, sommige andere zaken alleen logisch, en sommige zaken gewoon helemaal niet. En alle tinten grijs hebben hun specifieke voor- en nadelen. Maar wie de sprong naar ‘de cloud’ overweegt, doet er goed aan deze nuances in ogenschouw te nemen, en de discussie hierover in een vroeg stadium te voeren. Binnenkort gaan we vanuit IBM met een select groepje CIO’s en CISO’s rond de tafel. Ik ben benieuwd voor welke cloudtinten zij kiezen, en waarom.

Bookmark and Share

Het berekenen van de optimale aerodynamica op basis van big data

Solar Team Twente heeft in 2013 voor de vijfde keer deelgenomen aan de World Solar Challenge. In vijf dagen heeft hun zonneauto The RED Engine Australië van noord naar zuid doorkruist met een gemiddelde snelheid van ongeveer 80 kilometer per uur – en dat puur op zonnekracht. Met als resultaat de derde plaats in de race. Een uitstekende prestatie die gebaseerd is op kennis, techniek, teamwork en grote hoeveelheden data.

Door Joost Hanraets

Red Engine

The Solar Team Twente is composed of 16 RED Engineers: students from the University of Twente and Saxion. The team also took part in this race with earlier versions of the solar car in 2005, 2007, 2009 and 2011.

De World Solar Challenge vindt om de twee jaar plaats. In deze competitie gaan verschillende studententeams van universiteiten verspreid over de wereld de strijd met elkaar aan. Het doel? Met een auto aangedreven door zonne-energie als eerste de finishlijn in Adelaide passeren. In vier à vijf dagen leggen de teams een afstand van ongeveer 3.000 kilometer af, van Darwin in het noorden tot Adelaide in het zuiden van het continent. Solar Team Twente van de Universiteit Twente en Saxion Hogeschool is een van de ruim vijftig deelnemers uit 25 verschillende landen. De afgelopen jaren presteerde het zestienkoppige team steeds beter dan de voorgaande editie. Deze lijn heeft het Solar Team Twente doorgetrokken. Dat resulteerde in een welverdiende podiumplek met hun auto The RED Engine. Hoe is Solar Team Twente tot dit topresultaat gekomen? En welke rol heeft (big) data hierbij gespeeld?

The RED Engine

Data en analytics spelen een cruciale rol bij de Solar Challenge. Ten eerste bij de bouw van de auto. “Naar aanleiding van aerodynamische rekenmodellen hebben we eerst een 3D-model van The RED Engine ontworpen”, zegt Koen Sedee, Externe Betrekkingen Solar Team Twente. “Dat vroeg om gigantische rekenkracht. Het berekenen van de optimale aerodynamische vorm gebeurt namelijk op basis van big data. Daarvoor hebben we speciale rekenclusters gebruikt die de rekentijd verkorten. In plaats van ongeveer tien dagen met een normale computer, duurde het nu bijna vier uur om deze berekeningen uit te voeren.” Vervolgens bouwde Solar Team Twente een schaalmodel en testte dit in een windtunnel. “Met de gegevens uit de windtunnel hebben we het design doorontwikkeld en The RED Engine gebouwd. Daarna hebben we de auto nog uitgebreid getest op onder andere een komcircuit. Ook daarbij hebben we de nodige gegevens verzameld en geanalyseerd.”

Strategie

Data was ook belangrijk bij het bepalen van de strategie. Sedee licht toe: “We begonnen de race met een volle accu. Het was ons doel om vijf dagen later aan te komen met een volledig lege accu. Dat klinkt simpeler dan dat het is, want er zijn zoveel factoren die meespelen bij het bepalen van de juiste snelheid. Denk daarbij aan het vermogen van de motor, de actuele in- en output, temperatuur, snelheid, wegcondities, route en weersvoorspellingen.” Solar Team verzamelde en analyseerde al deze gegevens tijdens de race vanuit de volgauto, ofwel de Decision Making Unit (DMU). Met alle informatie werd in de DMU de optimale snelheid op elk moment zo nauwkeurig mogelijk bepaald. Dat gebeurde door real-time sensorgegevens uit de auto direct in een rekenmodel in te voeren en te analyseren, maar ook door vooruit te kijken naar bijvoorbeeld de route en weersvoorspellingen van latere dagen. “Voor dag vier was er slecht weer voorspeld. We hebben onze strategie al dagen daarvoor hierop afgestemd door energie te sparen. Daardoor hebben we de laatste dag onze derde plek definitief veilig gesteld door de achtervolger op grote afstand te zetten.”

Optimale snelheid op elk moment zo nauwkeurig mogelijk bepalen.

 

In de praktijk

De input van de zonnecellen, temperatuur, wind, snelheid – er zijn heel veel verschillende gegevens van invloed op de optimale snelheid. Hoe verzamelde en analyseerde Solar Team Twente al deze data in de praktijk? “De zonneauto werd volledig bestuurd vanuit de DMU. Via WiFi stond deze volgauto in verbinding met de The RED Engine, waardoor we continu real-time data konden uitlezen en analyseren in de DMU”, zegt Sedee. In deze volgauto zaten onder andere een strateeg, meteoroloog, data-aquisist en raceleider. Zij namen alle strategische beslissingen. Daarvoor beschikten ze ook over de nodige ICT, zoals laptops met analysesoftware en rekenmodellen. “Ook haalden we real-time gegevens van internet, bijvoorbeeld over het weer. Daarvoor hadden we de beschikking over een speciale satellietverbinding van Inmarsat om data te streamen, best bijzonder midden in de outback van Australië.”

Juiste software

Tijdens de race vonden in de DMU constant analyses plaats van grote datahoeveelheden. Dat vroeg om de juiste software. Business Analytics en Information Managementpartner Imtech ICT voorzag Solar Team Twente van de nodige ICT-oplossingen. Een voorbeeld daarvan is een op Google Maps-lijkende applicatie om bijzonderheden in de route aan te geven. “Een paar uur voor ons konvooi uit reed een verkenningsauto. Vanuit hier werd in de applicatie aangegeven waar we bijvoorbeeld een stoplicht, afslag of gat in de weg tegen zouden komen. De desbetreffende points of interest zagen we meteen op de digitale kaart. Deze info was niet alleen handig om de snelheid vast te houden, maar droeg ook bij aan de veiligheid van de bestuurder.” “We zijn nu bezig met het samenstellen van een nieuw team voor de World Solar Challenge 2015”, zegt Sedee. Vanaf september 2014 gaat dit team aan de slag met de ontwikkeling van de nieuwe auto. “Dit gebeurt in grote lijnen op dezelfde manier als wij dat gedaan hebben: op basis van complexe rekenmodellen. We hopen dat het nieuwe team daarvoor nog betere rekenclusters kan gebruiken en beschikt over nog verder gefinetunede software, zoals een navigatiefunctie in de Google Maps-achtige applicatie. Daarmee kunnen ze hopelijk nog een tree hoger op het podium komen door op basis van nog betere data-analyse het verschil te maken.”

Voor meer informatie omtrent Big Data & Analytics bij IBM: link

Technorati Tags: , , , , ,

Bookmark and Share

Column door Frank van der Wal

Column door Frank van der Wal – @thewalls

Cloud versnelt innovatie. Organisaties kunnen direct reageren om zich aan te passen aan de wensen en behoeften van klanten, medewerkers, partners en leveranciers. Daarbij hebben ze optimaal toegang tot de benodigde software en processen. De grote uitdaging ligt echter niet alleen in de technologie. De cloud is vooral ook een kwestie van cultuur, van de bereidheid om te innoveren. Zo ontstaan er nieuwe soorten inzichten door cloud en analytics te combineren. Een dynamische cloudstrategie is nodig om resultaat te behalen.

In de recentelijk gehouden IBM WebSphere Technical University waren meer dan 250 sessies en labs dus vervelen was er niet bij. Interessante sessies en, helaas, ook wat minder interessante. Voor mij, als techneutje, was er genoeg te snoepen. Veel achter de knoppen kunnen zitten. Leuk!

 

- – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – - – -

Het is niet de eerste keer dat ik er over schrijf dus ik riskeer reacties als “Heintje Davids!” en “Heb je niets nieuws”, maar ik blijf de IBM BlueMix en Internet of Things toch wel heel erg interessant vinden. En de ontwikkelingen gaan enorm snel. In een vijftal jaar zullen er iets meer dan 8 “connected devices” per inwoner van de wereld zijn. Ruim over de 200 miljard. En deze aangesloten dingetjes kunnen van alles zijn, van sensoren die een paar euro(cent) kosten tot dingen als de iPhone6 Plus, of tegen die tijd de iPhone 10 ExtraPlus.

Ik moedig iedereen aan om zelf een BlueMix account aan te maken of eens te kijken op IBM Internet of Things website. Binnen vijf klikken kan je een apparaatje (virtueel of in het echie) aangesloten hebben.

FAN2011948Een interessante technologie die erg gelinkt is met het IoT en die eigenlijk al meer dan 10 jaar oud is, is MQTT. Het staat voor Message Queue Telemetry Transport en is het meest handige protocol om sensoren informatie te laten sturen en ontvangen. Het is een IBM vinding gedaan door oa Andy Stanford-Clark. Hij was bezig om oliepijpleidingen te monitoren en merkte dat als je het http protocol gebruikt, er een limiet is aan het aantal sensoren die je langs kunt gaan. Stel je hebt een pijpleiding van 5000 km die om de 250 meter een sensor bezit, dan heb je er 20000. In het http protocol stuur je informatie vanuit een browserachtige intiteit naar een sensor en alleen dán kan er een antwoord komen. Heb je 20000 sensoren moet je die dus allemaal een-voor-een nagaan met een request, het antwoord afwachten en dan naar de volgende gaan. Als dat één seconde duurt, ben je ruim 5 uur onderweg. In die 5 uur kan je veel olie verliezen als er een lekje is. Bovendien moet de sensor een soort van inbedded webservertje hebben hetgeen alleen maar stroom kost en de kosten van een sensor omhoog doet gaan. Tevens is http een “zwaar” protocol als het gaat om bandbreedte. Ja, wij in onze rijk voorziene bandbreedtes malen er niet om, maar als er een pijpleiding dwars door de wildernes loopt, is elke bit versturen duur.

MQTT is een protocol waarbij de sensor volledig zelfstanding (dus zonder eerst gevraagd te worden) informatie uitstuurt. Minimum is 2 bytes, maar kan iets oplopen als er security wordt toegevoegd, maar blijft erg lichtgewicht. Het protocol voorziet ook in een Onderwerp (Subject) dat meegestuurd kan worden.

Een applicatie (of andere MQTT devices) kunnen zich abonneren (Subsribe) op een bepaald onderwerp. In het oliepijplijn voorbeeld betekent dat er een applicatie ‘luistert’ of er een van de 20000 sensoren een signaal uitstuurt met als onderwerp “lekje”. Vervolgens kunnen er snel acties ondernomen worden.

Ondanks dat het een IBM vinding was hebben we al lang geleden het openbaar gemaakt. Het is nu aan de MQTT community om het te onderhouden, en het is bijna gecertificeerd door de OASIS (een standaardisatie organisatie)

MQTT berichten kunnen er met 100.000- den zoniet met miljoen uitgestuurd worden, en nog steeds behapbaar blijven. IBM heeft een appliance die dat voor je kan doen. IBM mEssageSight heet die.

Facebook gebruikt MQTT voor hun Messenger functie. Ook hier geldt weer, het lichtgewicht karakter maakt het erg interessant voor mobieltjes. Want niet alleen de bandbreedte telt, maar als het protocol lichtgewicht is, heeft het ook minder energie nodig waardoor de batterij niet al te veel belast wordt.

Ik heb erg het gevoel dat we aan het begin staan van dat hele Internet of Things, dat het een ontwikkeling is die baanbrekend is en veel in de wereld kan veranderen. Hopelijk gunstige veranderingen.

Technorati Tags: , , , , ,

Bookmark and Share

Posted by
Olaf Bleekemolen in

Jaap Vink - IBM

Jaap Vink – IBM

Big brother, black box: het beeld dat bij lokale overheden bestaat over analytics, is niet mals. Ten onrechte, want juist moderne analytics kunnen veel meer met de al aanwezige data dan de huidige methodiek van het aan elkaar knopen van bestanden – zónder daarmee bewust de privacywetgeving te omzeilen. Het aantal toepassingen is groot: van fraudedetectie tot het bestrijden van schooluitval. Beginnen kan bovendien in kleine stappen. Maar dan moet de politiek wel aan het roer zitten en keuzes maken.

Het is een heet hangijzer bij gemeenten, zeker in de discussie over ten onrechte uitgekeerde bedragen: in pogingen om fraude te bestrijden, zijn in de afgelopen jaren vele bestanden aan elkaar gekoppeld, maar in de uitvoering lopen gemeenten voortdurend tegen obstakels op. De privacywetgeving speelt daar – terecht – een grote rol in, maar in plaats van daaraan te gehoorzamen, worden er allerlei omwegen bedacht om die te omzeilen. Zo worden de gekoppelde bestanden in een afgesloten computersysteem gezet en krijgen de mensen die ermee werken een beperkte hoeveelheid informatie te zien: er komt bijvoorbeeld een lijstje uit van burgers met wie misschien iets aan de hand is, maar om privacyoverwegingen mogen de medewerkers niet zien wat er aan de hand is. Dát moeten ze zelf maar uitzoeken.

Computer says no?

Moderne analytics zouden een uitweg voor dit dilemma kunnen zijn, maar helaas bestaat daarover bij sommige lokale overheden nog het beeld van een black box: een doos waar je gegevens in stopt en die vervolgens beslissingen neemt waar je geen vat op hebt. Dat is een misvatting, want deze nieuwe cognitieve technologie doet in feite hetzelfde wat de mens doet: op basis van patronen herkennen wat er aan de hand is. De mens is vanouds sterk in het herkennen van patronen, maar kent toch ook enkele tekortkomingen. Deels zitten die in onze hersenstructuur ingebakken – lees daarvoor bijvoorbeeld het werk over beslissingsheuristiek van de Nobelprijswinnende econoom Daniel Kahneman, maar denk ook aan het feit dat ons werkgeheugen nu eenmaal beperkt is. Voor een ander deel worden onze beslissingen onbewust beïnvloed door allerlei dagelijkse omstandigheden: als we trek hebben of in het zonnetje zitten, kunnen we opeens anders tegen de wereld aankijken.

Menselijke tekortkomingen

Met analytics kun je die tekortkomingen opheffen. Ten eerste kun je veel meer data tegelijk gebruiken om patronen te herkennen, ten tweede kom je tot een oordeel zonder daarin je eigen voorkeuren, vooroordelen of gemoedstoestand te laten meewegen. Cognitieve technologie emuleert als het ware het menselijk denken, maar dan zonder de tekortkomingen. Dat is van belang omdat de Wet gelijke behandeling van overheden vraagt dat de regels consequent worden toegepast, ongeacht de personen op wie ze betrekking hebben.

detail

Maar blijft het beeld van een onmenselijke computer daarmee toch niet een beetje in stand? Nee, want het blijft een computer: die voert uit wat mensen hebben bedacht. Je werkt per definitie met subjectieve inputfactoren, ook al omdat je óók bij analytics rekening moet houden met wet- en regelgeving, zoals de antidiscriminatieregels, die zeggen dat je geen onderscheid mag maken op leeftijd, geslacht, geaardheid of overtuiging. Het normenkader waarbinnen je werkt, is kortom bepalend, en dat kader wordt geschapen door politieke keuzes.

Politieke keuzes aan de basis

Net zo subjectief – en bovendien veel belangrijker – is de vraag met welk doel je analytics wilt inzetten. Ook dat is een politieke keuze. Dat is goed te illustreren aan de hand van het voorbeeld van fraudedetectie. Met analytics kun je heel goed frauduleuze aanvragen herkennen, maar het omgekeerde geldt dan natuurlijk ook: ook niet-frauduleuze aanvragen kun je herkennen. Dat maakt het mogelijk om fraudedetectie op een positieve manier op te pakken, namelijk door de goedwillende aanvragers – de ruime meerderheid – veel sneller te behandelen. Zo kun je je een servicegerichte overheid tonen. Ook bij het bepalen van je fraudestrategie moet je keuzes maken. Gemeenten hebben beperkte middelen, dus wat wil je bereiken? Wil je zo veel mogelijk fraudeurs ontdekken? Wil je zo veel mogelijk geld terughalen? Of wil je je richten op alleen de grote fraudeurs? Zo wordt duidelijk dat analytics allesbehalve een black box is, maar dat politieke keuzes en beleidsdoelstellingen altijd aan de basis staan.

Voorzichtig beginnen met analytics

Wat is de huidige stand van zaken op lokaal overheidsniveau? Enkele gemeenten hebben inmiddels een bemoedigend begin gemaakt. Deze koplopers zijn op een positieve manier bezig met de aanvullende bijstand: zij kijken niet alleen naar wie er geen recht op heeft, maar ook naar wie er wél recht op heeft maar nog niet krijgt. Het rechtmatigheidsbeginsel is voor een betrouwbare overheid immers een groot goed, en dat is op deze manier efficiënter in te vullen. De meeste gemeenten zijn echter nog op de oude manier bezig. Zij laten mensen patronen in hun bestanden ontdekken of koppelen bestanden op een ouderwetse manier aan elkaar. Juist die data-matching – ten onrechte nog weleens gelijk gesteld aan analytics – werkt de black box in de hand. Bovendien missen deze gemeenten een boel, want ze laten nog veel gegevens liggen die ze wél mogen gebruiken.

Stapsgewijs ervaring opdoen

Beginnen hoeft niet moeilijk te zijn. Door prioriteitstelling kunnen enkele kleine projecten worden aangewezen die in de bestaande IT-oplossingen kunnen worden ingepast. Zo hoeven gemeenten bestaande IT-investeringen niet ongedaan te maken. Sterker nog, ze kunnen zo zelfs meer rendement opleveren. Die stapsgewijze aanpak is ook noodzakelijk om de organisatie te laten kennismaken met de nieuwe manier van denken. Tijdens die eerste projecten kun je ervaring opdoen en ontdekken wat er in de organisatie nog moet worden aangepast om effectief met grotere analytics-projecten aan de slag te gaan.

Vele toepassingen, duidelijke business case

Het aantal gemeentelijke toepassingen voor analytics is intussen legio: van het identificeren van risicojongeren tot het bestrijden van schooluitval, van het analyseren van verkeersstromen om een lagere CO2-uitstoot te bereiken tot het voorkomen van onnodig preventief onderhoud aan wegen, bruggen en riolering. Maar ook voor de ambtelijke organisatie zelf zijn toepassingen te bedenken, bijvoorbeeld in de personeelssfeer: wie gaan er misschien weg? Hoe kunnen we nieuwe medewerkers binnenhalen? Wat is de volgende stap in hun carrière? Natuurlijk is fraudedetectie de toepassing met de duidelijkste business case, omdat die rechtstreeks terugleidt naar de begroting.

Denk daarbij niet alleen aan uitkerings- of belastingfraude, maar ook aan fraude van medewerkers of leveranciers. De return on investment van analytics-projecten loopt sterk uiteen, maar een terugverdientijd van een jaar is heel realistisch. Er zijn in de fraudesfeer zelfs voorbeelden van duizenden procenten rendement in de eerste drie maanden. Zo financieren deze oplossingen zichzelf. Toch is niet alle winst meteen in geld uit te drukken – een streven dat ook niet bij een overheid zou passen. Maar de economische lange termijn winst voor Nederland is wel degelijk groot als schooluitval met succes wordt teruggedrongen, de misdaad effectiever wordt bestreden of herintreders vanuit de bijstand weer aan het werk worden geholpen.

‘Big brother’ ontstaat niet door technologie

Analytics kan op al deze gebieden een nuttige bijdrage leveren. De technologie kan immers patronen herkennen zónder databestanden aan elkaar te koppelen. Omzeilen van de privacywetgeving is daarmee niet langer nodig. Bovendien gebruiken gemeenten in hun beslissingsproces nog maar een klein percentage van de gegevens die je wél mag gebruiken; ook daar liggen grote kansen. De vraag of deze nieuwe technologie ‘big brother’ in de hand werkt, is eigenlijk de verkeerde vraag. ‘Big brother’ ontstaat niet door technologie maar is een politieke keuze. Met andere woorden, computersystemen mogen steeds slimmer worden, de mens moet aan het roer blijven staan. Met analytics kan dat juist beter dan ooit.

_____________________________________________________________________

Jaap Vink is Global Predictive Analytics Leader Public Sector & Healthcare at IBM. He has been working with advanced analytics since 1985. He holds a Masters degree in Political Science with specialty Data Analysis & Methodology in Research. 

Jaap can be reached on: @jgavink

 

Technorati Tags: , , , , , ,

Bookmark and Share
February, 2nd 2015
1:00
 

Rob Pennock, Cloud Expert bij IBM Benelux

Rob Pennock, Cloud Expert bij IBM Benelux

In Nederland zijn we er niet zo aan gewend. Maar wie wel eens over de grens komt, kent ze vast: de luxe winkelcentra met de mooiste winkels, makkelijk toegankelijk vanaf de snelweg, grote parkeerplaatsen, een eigen mobiele app als wegwijzer. Zulke winkelcentra met premium-beleving zijn nu ook online verschenen. Grote ICT-leveranciers bieden hun diensten via appstores inmiddels op een totaal nieuwe manier aan, maar het wordt pas echt luxe winkelen als je er álles kunt halen: niet alleen software, maar ook de bijbehorende infrastructuur en platforms. Oftewel: alle IT as-a-service.

In een samenleving waarin het zakendoen steeds meer in de cloud plaatsvindt, is het zaak dat leveranciers hun aanbod daarop aanpassen. Of het nu gaat om analytische software, ontwikkelplatforms voor apps of de hardware waar het allemaal op draait, de cloud levert het: direct, door de gebruiker op maat samengesteld en zonder hoge kosten vooraf. Diverse ICT-leveranciers zijn daarom hard bezig geweest met het ombouwen van hun producten tot apps.

One-stop shopping in de cloud

Die zijn inmiddels verkrijgbaar via tal van appstores. Veel softwareleveranciers beschikken over zo’n online-winkel en bieden daarnaast hun apps aan via een online-winkelcentrum als Pilvi. Maar voor de shopper ishet een stuk praktischer als het principe van one-stop shopping voor echt álle IT opgaat. Dus niet alleen de apps, maar ook de hardware waar ze op draaien of de services voor het onderhoud.

Op die manier creëer je de winkelervaring die we ook tegenkomen in de luxe winkelcentra aan de rand van de stad: een plaats waar je als marketeer, financieel specialist, IT-manager of applicatieontwikkelaar wilt zijn om via je pc, tablet of smartphone naar hartenlust te shoppen naar oplossingen voor ál je zakelijke behoeften. De ‘winkelervaring’ die je aangeboden krijgt, hangt daarbij bovendien af van de rol die je in jouw organisatie hebt. Maar wat die rol ook is, wat je zoekt is eenvoudig te vinden, te begrijpen, te bestellen, uit te proberen en te kopen.

Vier eisen

Om die persoonlijke winkelervaring te creëren, moet een marketplace in de cloud aan vier eisen voldoen:

• een op rollen gebaseerde aanpak: appstores zijn vaak gericht op grote, ongedefinieerde groepen. Zinvoller is het om je op specifieke groepen te richten, zoals algemeen management, IT-management en ontwikkelaars. Elke bezoeker van de store krijgt op die manier een heldere navigatie aangeboden, met tips op maat over de producten en diensten die hij uit het schap kan halen of met elkaar kan combineren om een unieke applicatie te creëren die bij zijn bedrijfsproces past.

• variatie: in veel appstores ligt de focus op één type service, maar voor het echte one-stop shopping dat een winkelcentrum biedt, is een brede variatie aan clouddiensten nodig. Dus niet alleen software-as-a-service, maar ook infrastructure-as-a-service en platform-as-a-service.

• gecombineerde expertise: een succesvol online-winkelcentrum draait op de gebundelde expertise van alle aanbieders. Juist die kennis zorgt ervoor dat de apps op een effectieve manier met elkaar kunnen worden gebundeld en daarmee echt aansluiten op de bedrijfsprocessen van elke potentiële shopper.

• een gemeenschappelijke broedomgeving: gebundelde kennis krijgt pas concreet vorm in een gezamenlijke ontwikkelomgeving voor nieuwe apps. Die bestaat niet alleen online, maar zeker ook offline, in ‘ontwikkelgarages’ waar developers gezamenlijk nieuwe ideeën kunnen uitbroeden.

Van hybride omgeving naar werken met apps

Met de komst van zulke marketplaces geven ICT-leveranciers invulling aan een trend die al langer gaande is. Volgens onderzoeksbureau Gartner blijft de cloudmarkt de komende tijd flink groeien: zo’n 80 procent van alle organisaties is van plan om dit jaar gebruik te gaan maken van cloudoplossingen. Het zelfbedieningsconcept van een marketplace stelt deze organisaties in staat via een hybride omgeving naadloos te migreren naar het werken met apps.

De cloud kan ICT-diensten op een heel eenvoudige manier bij mensen voor de deur afleveren, helemaal aangepast aan hun wensen, zonder dat de leverancier zelf een miljoen productvariaties hoeft te creëren. In plaats daarvan kan ICT nu worden aangeboden op dezelfde manier als in een luxe winkelcentrum: met nadruk op gemak, kwaliteit en beleving. En met dezelfde vanzelfsprekendheid als waarmee je na dag winkelen tevreden naar huis rijdt, je tassen gevuld met mooie dingen.

Bookmark and Share

Subscribe to this blog Subscribe to this blog